ECLI:NL:CRVB:2008:BC4723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op AOW-pensioen wegens niet-verzekerde periode zonder bewijs dienstbetrekking
Appellant heeft een AOW-uitkering aangevraagd, waarbij de Sociale Verzekeringsbank (Svb) een korting van 28% toepaste omdat appellant gedurende de periode 1 januari 1957 tot en met 23 mei 1971 niet verzekerd zou zijn geweest. Appellant voerde aan dat hij tussen 24 mei 1968 en 23 mei 1971 in loondienst was bij verschillende werkgevers, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde vast dat appellant het middelpunt van zijn maatschappelijk leven in die periode niet in Nederland had. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat appellant geen bewijs heeft geleverd van een dienstbetrekking in Nederland in de betreffende periode. Uit verklaringen van werkgevers en het ontbreken van relevante documenten blijkt geen dienstverband.
Daarnaast was appellant in die jaren sociaal en economisch weinig verbonden met Nederland: hij woonde op kamers, volgde geen opleiding, was geen lid van politieke of religieuze organisaties, en zijn gezin kwam pas in 1974 naar Nederland. Ook kon niet worden aangenomen dat appellant als niet-ingezetene aan de loonbelasting was onderworpen. De Raad bevestigt daarom de korting op het pensioen en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op het AOW-pensioen wegens het ontbreken van bewijs voor een dienstbetrekking in de periode 1968-1971.