ECLI:NL:CRVB:2008:BC3897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WW-dagloon wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant verzocht om herziening van zijn WW-dagloon nadat het UWV in 2004 ontdekte dat in het verleden het dagloon onjuist was vastgesteld door het niet apart verwerken van vroegpensioenpremies. Dit verzoek werd door het UWV afgewezen en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden betekent dat het UWV het besluit tot dagloonvaststelling niet met terugwerkende kracht hoeft te herzien. De kennelijke onjuistheid van het oorspronkelijke besluit is op zichzelf geen grond voor herziening. Wel kan bij lopende uitkeringen het dagloon vanaf het moment van het verzoek worden aangepast.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. De beslissing is genomen op basis van de Werkloosheidswet en de Algemene wet bestuursrecht zoals die op het moment van belang golden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening van het WW-dagloon wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.