ECLI:NL:CRVB:2008:BC3870

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-4456 WUBO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.L.M.J. Stevens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij aanvraag voorzieningen burger-oorlogsslachtoffer

Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer met lichamelijke invaliditeit, vroeg voorzieningen aan voor huishoudelijke hulp, tuinonderhoud, chauffeur en administratieve hulp. Verweerster wees dit verzoek bij besluit van 6 maart 2007 af. Appellant maakte bezwaar, maar diende dit te laat in, waardoor het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard.

Appellant voerde aan dat zijn geestelijke en lichamelijke toestand hem verhinderde tijdig bezwaar te maken, onderbouwd met een medische verklaring. De Raad oordeelde echter dat deze verklaring onvoldoende was om het verzuim te verontschuldigen, omdat niet was aangetoond dat appellant niet met hulp tijdig bezwaar kon maken.

De Raad concludeerde dat het bestreden besluit terecht standhoudt en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

Uitspraak

07/4456 WUBO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[Appellant],
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
Datum uitspraak: 24 januari 2008
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een door verweerster onder dagtekening 5 juli 2007, kenmerk JZ/P90/2007, ten aanzien van hem genomen besluit ter uitvoering van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 december 2007. Daar is appellant, zoals bericht, niet verschenen en heeft verweerster zich laten vertegenwoordigen door J.J.G.A. Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. OVERWEGINGEN
Blijkens de gedingstukken is appellant, geboren in 1923, op grond van lichamelijke invaliditeit erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wet en als zodanig in aanmerking gebracht voor - onder meer - een periodieke uitkering.
Bij besluit van 6 maart 2007, op gelijke datum aan appellant verzonden, heeft verweerster afwijzend beslist op het door appellant in juni 2006 gedane verzoek om toekenning van voorzieningen ter zake van de kosten verbonden aan uitbreiding van huishoudelijke hulp, tuinonderhoud, chauffeur en een administratieve hulp.
Tegen het besluit van 6 maart 2007 heeft appellant bezwaar gemaakt bij schrijven 20 april 2007, dat op 26 april 2007 bij verweerster is ingekomen.
Bij het bestreden besluit heeft verweerster appellant niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar wegens overschrijding van de voor de indiening van een bezwaarschrift ingevolge artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldende termijn van zes weken. In dat verband is overwogen dat de door appellant aangevoerde omstandigheden de termijnoverschrijding niet kunnen verontschuldigen, zodat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest in de zin van artikel 6:11 van Pro de Awb.
Ter beantwoording staat de vraag of het bestreden besluit, gelet op hetgeen partijen in beroep hebben aangevoerd, in rechte kan standhouden. De Raad overweegt als volgt.
Gezien de hierboven weergegeven feiten staat vast dat appellant de bezwaartermijn als bedoeld in artikel 6:7 van Pro de Awb heeft overschreden.
Ter verklaring van de termijnoverschrijding heeft appellant, onder toezending van een doktersverklaring, aangevoerd - samengevat - dat hij veel pijn ondervindt van zijn oorlogsinvaliditeit en als gevolg van zijn geestelijke toestand het hem geheel is ontgaan eerder te reageren.
Naar het oordeel van de Raad heeft verweerster in hetgeen appellant heeft aangevoerd terecht geen grond gezien om de niet-ontvankelijkverklaring met toepassing van artikel 6:11 van Pro de Awb achterwege te laten. Hierbij neemt de Raad in aanmerking dat uit de door appellante overgelegde medische verklaring niet blijkt dat hij heeft verkeerd in een toestand waarin het voor hem niet mogelijk was om - zonodig met behulp van derden - zorg te dragen voor het tijdig indienen van een bezwaarschrift.
Het voorgaande brengt de Raad tot de slotsom dat het bestreden besluit in rechte kan standhouden en het beroep van appellant ongegrond dient te worden verklaard.
De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van Pro de Awb inzake een vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door G.L.M.J. Stevens. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2008.
(get.) G.L.M.J. Stevens.
(get.) J.P. Schieveen.
HD