ECLI:NL:CRVB:2008:BC3563
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- G.J.H. Doornewaard
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WAO-besluit over mate van arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies
Het UWV had de arbeidsongeschiktheid van betrokkene vastgesteld op 55-65%, wat betrokkene betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en oordeelde dat betrokkene vanaf 6 augustus 2003 geen benutbare mogelijkheden had, waardoor het UWV een nieuw besluit moest nemen met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%.
In hoger beroep stelde het UWV dat het deskundigenrapport van Dominicus onvoldoende gemotiveerd was en dat betrokkene wel degelijk geschikt was voor bepaalde functies. De Raad constateerde dat de rechtbank het proces niet correct had gevolgd door het rapport van de bezwaarverzekeringsarts niet mee te nemen in de toestemming tot afdoening buiten zitting.
De Raad volgde het oordeel van deskundige Sno, die betrokkene onderzocht en concludeerde dat betrokkene weliswaar psychische en knieklachten had, maar in staat was om bepaalde functies uit te oefenen. De Raad vond dat het UWV voldoende gemotiveerde rapporten had overgelegd en dat de mate van arbeidsongeschiktheid van 55-65% terecht was vastgesteld.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en het UWV-besluit, verklaarde het beroep in eerste aanleg gegrond maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt toegewezen, het besluit over de arbeidsongeschiktheid wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand.