ECLI:NL:CRVB:2008:BC3003
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- G.J.H. Doornewaard
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht die het beroep tegen het besluit van het UWV tot herziening van haar WAO-uitkering ongegrond verklaarde. De rechtbank had de conclusies van de bezwaarverzekeringsartsen en de arbeidskundige beoordeling onderschreven, waarbij voldoende rekening was gehouden met de klachten van appellante.
In hoger beroep stelde appellante dat zij volledig arbeidsongeschikt bleef en dat haar rechterschouder- en handklachten onvoldoende waren meegewogen. Ook stelde zij dat zij vanwege een forse urenbeperking niet in staat was de aangeduide functies te vervullen. De Raad overwoog dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen juist en volledig waren vastgesteld.
De Raad vond geen aanleiding om de beperkingen aan te scherpen, mede omdat de informatie uit de behandelende sector onvoldoende aanknopingspunten bood voor appellantes stellingen. De eigen mening van appellante over haar gezondheidssituatie werd niet doorslaggevend geacht. Gezien de rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige was niet gebleken dat appellante de werkzaamheden behorende bij de geduide functies niet kon verrichten.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.