ECLI:NL:CRVB:2008:BC2908
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering toeslag wegens niet-nakoming inlichtingenverplichting
Appellant ontving sinds 1991 een toeslag op grond van de Toeslagenwet, berekend naar gehuwdennorm. Het Uwv stelde in 2004 vast dat appellant vanaf 1998 geen recht meer had op deze toeslag en vorderde de onverschuldigd betaalde bedragen terug. Appellant voerde aan dat hij zijn informatieverplichting zo goed mogelijk was nagekomen en dat het Uwv zelf actie had moeten ondernemen om onduidelijkheden te verhelderen.
De Raad stelde vast dat appellant vanaf 1998 niet meer samenwoonde met zijn echtgenote, maar dit niet tijdig had doorgegeven. Ondanks onduidelijk ingevulde formulieren had appellant de vraag over zijn leefsituatie steeds onjuist beantwoord. Het Uwv mocht op deze antwoorden vertrouwen en hoefde geen nader onderzoek te doen. De psychische problematiek van appellant bood onvoldoende grond om hem te vrijwaren van zijn mededelingsplicht.
De Raad oordeelde dat het Uwv terecht het recht op toeslag met terugwerkende kracht introk en de terugvordering handhaafde. Er was geen sprake van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en ook niet van dringende redenen die intrekking of terugvordering zouden moeten verhinderen. De financiële situatie van appellant wordt bij terugbetaling wel in acht genomen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van de toeslag bevestigd.