ECLI:NL:CRVB:2008:BC2484
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.F. Bandringa
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om een WAO-uitkering nadat hij gedurende 52 weken arbeidsongeschikt was geweest, maar het UWV weigerde deze toe te kennen omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank Arnhem oordeelde dat de belastbaarheid van appellant juist was vastgesteld en dat de geselecteerde functies medisch passend waren.
Appellant herhaalde in hoger beroep zijn bezwaren, met name dat zijn psychische beperkingen werden onderschat. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en voegde toe dat de medische informatie, waaronder rapportages van de huisarts en de verzekeringsarts, voldoende was om te concluderen dat er geen aanmerkelijke psychiatrische problematiek was.
Ook het arbeidskundige oordeel werd bevestigd; de functies die appellant zou kunnen verrichten zijn passend ondanks enkele beperkingen zoals kortdurend knielen of buigen. De Raad zag geen aanleiding tot het gelasten van aanvullend onderzoek en wees de grieven van appellant af, waarmee de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.