ECLI:NL:CRVB:2008:BC2461
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.F. Bandringa
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige grondslag vernietigd
Appellante, werkzaam in de bloementeelt, ontving sinds 20 februari 2002 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na medisch en arbeidskundig onderzoek concludeerde het UWV dat zij slechts 2% arbeidsongeschikt was en trok de uitkering per 17 augustus 2003 in. Appellante maakte bezwaar, maar het UWV handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en beval een nieuw besluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met beperkingen zoals het niet mogen leunen op de ellebogen en onvoldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellante vielen. De Raad vond ook dat de arbeidskundige rapportages niet adequaat onderbouwden dat de tilbelasting in de functies acceptabel was.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en beval het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep, en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.