ECLI:NL:CRVB:2008:BC2443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- R. Kooper
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Geen vaste aanstelling na proeftijd wegens gewijzigde eisen zonder redelijke termijn
Appellant was tijdelijk met een proeftijd aangesteld bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) als plaatsvervangend unitmanager. Na positieve functioneringsgesprekken ontstond plotseling een negatief oordeel over zijn functioneren, waarna hem werd meegedeeld dat hij niet in aanmerking kwam voor een vaste aanstelling. De minister stelde dat de gestelde eisen vanaf het begin bekend waren en dat appellant onvoldoende functioneerde.
De Raad oordeelde dat er sprake was van een tussentijdse verhoging van de eisen, vooral op het gebied van vakkennis, mede door een nieuwe werkwijze die een inhoudelijke inbreng van appellant verlangde. Deze verhoging was niet redelijk tijdig aan appellant meegedeeld, waardoor hij onvoldoende gelegenheid had om aan de nieuwe eisen te voldoen.
De Raad concludeerde dat de minister ten tijde van het besluit niet redelijkerwijs kon oordelen dat appellant niet aan de eisen voldeed. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de minister veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot niet-verlenging van de proeftijd wordt vernietigd en de minister moet een nieuw besluit nemen.