ECLI:NL:CRVB:2008:BC2380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij intrekking WAO-uitkering
Appellant had tegen het besluit van het UWV, waarbij zijn WAO-uitkering werd ingetrokken, bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld. De rechtbank Utrecht vernietigde het bestreden besluit op arbeidskundige gronden en verklaarde het beroep gegrond. Het UWV nam daarop een nieuw besluit waarin de intrekking van de WAO-uitkering niet langer werd gehandhaafd, waardoor het arbeidsongeschiktheidspercentage van appellant onveranderd bleef.
Appellant handhaafde zijn hoger beroep op medische gronden, stellende dat hij volledig arbeidsongeschikt is vanwege zijn psychische gesteldheid. De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en oordeelde dat het belang bij beoordeling van het bestreden besluit was komen te vervallen, aangezien het UWV aan het beroep tegemoet was gekomen en appellant geen verzoek tot schadevergoeding had ingediend.
Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van enig procesbelang. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant, begroot op € 322,-. Appellant kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.