ECLI:NL:CRVB:2008:BC1958

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-563 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.W. Schuttel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor maatgevende functie

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar geen WAO-uitkering toe te kennen na afloop van de wettelijke wachttijd per 18 mei 2004. De rechtbank Breda had het beroep ongegrond verklaard, omdat uit de medische en arbeidsdeskundige rapportages bleek dat appellante geschikt was voor haar maatgevende functie.

In hoger beroep heeft appellante haar eerdere standpunten herhaald, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De Raad achtte de medische beperkingen niet onderschat en bevestigde dat appellante geschikt is voor haar functie als stikster.

De Raad heeft geen gronden gevonden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigde daarom de aangevallen uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.

Uitspraak

06/563 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante],
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 19 december 2005, 05/1692 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 11 januari 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. J.L.A.M. van Os, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 november 2007, waar appellante met bericht van verhindering niet is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.J.H. Maas.
II. OVERWEGINGEN
Het inleidende beroep is gericht tegen het besluit van 21 april 2005 waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn ter uitvoering van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) genomen besluit van 1 oktober 2004. Daarbij is afwijzend beslist op het verzoek van appellante haar na afloop van de wettelijke wachttijd per 18 mei 2004 een WAO-uitkering toe te kennen.
De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Uit de aangevallen uitspraak blijkt dat naar het oordeel van de rechtbank in de gedingstukken en in hetgeen door appellante is aangevoerd geen aanknopingspunten zijn gevonden om te oordelen dat de medische beperkingen van appellante, zoals weergegeven in de Functionele Mogelijkheden Lijst, zijn onderschat. De rechtbank is gelet op de toelichting van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen voldoende overtuigd van de geschiktheid van appellante voor haar maatgevende functie van stikster.
In hetgeen namens appellante in hoger beroep is aangevoerd - in essentie een herhaling van hetgeen eerder in de procedure naar voren is gebracht en door de rechtbank op goede gronden is verworpen - heeft de Raad geen aanleiding gevonden om tot een andersluidend oordeel te komen.
Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet kan slagen.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2008.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) J.E.M.J. Hetharie.
JL