ECLI:NL:CRVB:2008:BC1955

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-6270 WUV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • H.R. Geerling-Brouwer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, vijfde lid AwbArt. 17 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring wegens overschrijding beroepstermijn in socialezekerheidszaak

Appellante had beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. Appellante deed hiertegen verzet en gaf aan dat zij zich een week had vergist in het berekenen van de beroepstermijn.

De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet tijdens een zitting waarbij partijen niet verschenen. De Raad oordeelde dat een vergissing in de berekening van de beroepstermijn in principe voor risico van de indiener komt en dat appellante onvoldoende gronden had aangevoerd om hiervan af te wijken.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van termijnen in bestuursrechtelijke procedures.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens overschrijding van de beroepstermijn wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

06/6270 WUV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet in verband met het geding tussen:
[Appellante]
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet van 26 april 2007 heeft de Raad het beroep van appellante tegen het besluit van verweerster van 14 juli 2006, kenmerk JZ/M70/2006, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 26 april 2007 heeft appellante verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 8 november 2007, waar partijen -verweerster met voorafgaand bericht- niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 26 april 2007 berust hierop, dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
In verzet heeft appellante aangegeven dat zij zich een week heeft vergist in het berekenen van de beroepstermijn.
De Raad is van oordeel dat appellante in het verzetschrift onvoldoende gronden naar voren heeft gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet kunnen leiden.
Hiertoe heeft de Raad overwogen dat een termijnoverschrijding die het gevolg is van het zich vergissen in de einddatum waarbinnen beroep kon worden ingesteld in het algemeen voor risico van de indiener van het beroepschrift komt. De Raad ziet in hetgeen door appellante is aangevoerd geen aanleiding om op deze regel een uitzondering te maken.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.R. Geerling-Brouwer. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2008.
(get.) H.R. Geerling-Brouwer.
(get.) J.P. Schieveen.
HD