ECLI:NL:CRVB:2008:BC1949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam in een slachterij, viel uit op 12 december 2003 met hiel- en duizeligheidsklachten. Het UWV weigerde een WAO-uitkering per 10 december 2004 omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. De rechtbank vernietigde het besluit wegens gebrekkige motivering over de geschiktheid van functies, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren dat onvoldoende rekening was gehouden met medische beperkingen, mede op basis van informatie uit de behandelende sector. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en weloverwogen was, waarbij ook informatie uit de behandelende sector was meegewogen. Er waren geen gegevens die verdergaande beperkingen rechtvaardigden.
De Raad stelde vast dat de functies medisch geschikt waren voor appellant en dat de aanvullende rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige voldoende onderbouwing gaf voor de geschiktheid van de geselecteerde functies. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het UWV werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant in hoger beroep van € 322.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering en veroordeelt het UWV tot betaling van proceskosten van € 322.