ECLI:NL:CRVB:2008:BC1947
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens herstel arbeidsongeschiktheid
Appellant was werkzaam als onderwijsmedewerker en werd op 11 oktober 2004 arbeidsongeschikt door een dubbele longontsteking en sarcoïdose. Zijn dienstverband eindigde op 1 februari 2005. Het UWV besloot op 31 oktober 2005 het ziekengeld te beëindigen per 4 november 2005 omdat appellant niet langer ongeschikt was voor zijn werk. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het besluit van het UWV bevestigd. De medische rapportages van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts, die ook informatie van de behandelend longarts betrokken, wezen op een oude, niet-actieve sarcoïdose die niet verantwoordelijk was voor de klachten. De Raad vond het onderzoek zorgvuldig en zag geen reden om de conclusie dat appellant zijn werk kon hervatten te verwerpen.
Ook nieuw ingebrachte medische gegevens uit 2007 waren niet relevant voor de datum in geding en boden geen nieuwe inzichten. De deskundige longarts die ter zitting werd gehoord kon het oordeel van de verzekeringsartsen niet weerleggen. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant vanaf 4 november 2005 niet meer arbeidsongeschikt was en wijst het beroep af.