ECLI:NL:CRVB:2008:BC1799
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na afname arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds januari 1998 arbeidsongeschikt als gevolg van whiplashklachten na een auto-ongeval en ontving vanaf 19 januari 1999 een WAO-uitkering met een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
In juni 2005 besloot het UWV de uitkering met ingang van augustus 2005 in te trekken omdat de arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%. Het bezwaar van appellante tegen dit besluit werd door de rechtbank ongegrond verklaard, waarbij het onderzoek van de verzekeringsartsen als zorgvuldig en overtuigend werd beoordeeld.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat niet al haar beperkingen waren meegenomen en verzocht om een onderzoek door een onafhankelijke deskundige. De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat appellante geen nieuwe medische gegevens had ingebracht die twijfel konden doen ontstaan over de beoordeling van het UWV. De subjectieve klachtenbeleving van appellante bood geen voldoende grond om het verzoek tot een medisch onderzoek te honoreren.
De Raad stelde vast dat de functies die bij de beoordeling betrokken waren binnen de mogelijkheden van appellante lagen en dat er geen redenen waren om het bestreden besluit te vernietigen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens afname van haar arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%.