ECLI:NL:CRVB:2008:BC1782
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na beoordeling medische en psychische klachten
Appellante, die sinds mei 1999 wegens borstkanker arbeidsongeschikt is, kreeg haar WAO-uitkering ingetrokken per 11 augustus 2003 omdat haar arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%. Zij voerde aan dat zij hevige pijnklachten en depressieve klachten heeft, waarvoor zij zware medicatie gebruikt en psychologische behandeling ondergaat. De rechtbank liet zich adviseren door een chirurg gespecialiseerd in oncologie en een psychiater, die concludeerden dat appellante de werkzaamheden kan verrichten en dat haar klachten onvoldoende aanleiding geven tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank een pijnbestrijdingsarts had moeten raadplegen, maar de Raad oordeelde dat de keuze voor een chirurg en psychiater passend was gezien haar ziektegeschiedenis en behandeling. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van de deskundigenadviezen, die zorgvuldig en diepgaand waren en medisch goed onderbouwd.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de intrekking van de WAO-uitkering. Er zijn geen nieuwe medische gegevens die het oordeel rechtvaardigen te herzien. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de medische en psychische klachten onvoldoende leiden tot een hogere arbeidsongeschiktheidsgraad.