ECLI:NL:CRVB:2008:BC1770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering per 21 maart 2004, waarbij het UWV zijn arbeidsongeschiktheid vaststelde op 55 tot 65% in plaats van de eerdere 65 tot 80%.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV de medische beperkingen juist had vastgesteld en dat de geduide functies binnen de belastbaarheid van appellant vielen. De Raad toetste dit oordeel en concludeerde dat de medische onderzoeken door (bezwaar)verzekeringsartsen, inclusief informatie van de neuroloog, revalidatiearts, KNO-arts en huisarts, adequaat waren en dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
Ook het arbeidskundige oordeel dat appellant geschikt is voor de voorgestelde functies werd bevestigd, mede gelet op overleg tussen bezwaararbeidsdeskundige en bezwaarverzekeringsarts. De Raad verwierp het verweer dat appellant vanwege zijn klachten niet geschikt zou zijn voor de functies.
De Raad bevestigde daarmee de rechtbankuitspraak en wees het beroep af, waarbij de beoordeling van de datum 28 april 2003 buiten de reikwijdte van het geding werd gelaten. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 11 januari 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%.