ECLI:NL:CRVB:2008:BC1737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid voor arbeid en weigering ziekengeld en WAO-uitkering
Appellant, voormalig plaatknipper, viel in 2001 uit wegens meerdere klachten en kreeg in 2002 een WAO-uitkering geweigerd omdat hij met passende functies voldoende inkomen kon verwerven. Na ziekmelding in 2004 ontving hij Ziektewetuitkering, maar het UWV weigerde verdere uitkering per 2005 op grond van medisch onderzoek en arbeidsdeskundig advies.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch oordeel onzorgvuldig was en onvoldoende rekening hield met toegenomen klachten en medicijngebruik. De Raad oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, met meerdere rapportages en hoorzittingen, en dat de beperkingen niet waren toegenomen.
De Raad vernietigde het besluit dat de WAO-uitkering weigerde omdat het UWV pas in hoger beroep de benodigde gegevens over functies verstrekte, maar hield de rechtsgevolgen van dat besluit in stand. Het besluit tot weigering van ziekengeld bleef gehandhaafd omdat appellant geschikt werd geacht voor de functie productiemedewerker industrie.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten in beroep en hoger beroep en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Beslissing tot weigering ziekengeld wordt bevestigd, WAO-besluit vernietigd, en UWV veroordeeld tot proceskostenvergoeding.