ECLI:NL:CRVB:2008:BC1225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over arbeidsongeschiktheid bij latexallergie
Appellante ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV waarin zij voor 25 tot 35% arbeidsongeschikt werd verklaard op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Zij stelde dat haar arbeidsongeschiktheid hoger moest worden vastgesteld vanwege haar latexallergie, die haar belemmerde de geduide functies te vervullen.
De Raad verwijst naar de eerdere uitspraak van de rechtbank Breda, die het beroep van appellante ongegrond verklaarde, en constateert dat appellante in hoger beroep geen wezenlijk nieuwe argumenten heeft ingebracht. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en voegt toe dat een arbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat het dragen van latex handschoenen niet vereist is bij de functie snackbereider machinaal.
Verder is de beoordeling van de beperkingen door een bezwaarverzekeringsarts onderbouwd en bevestigd door een externe verzekeringsarts, waardoor het standpunt van appellante dat zij geen van de geduide functies kan vervullen vanwege haar allergie niet wordt gevolgd. De Raad bevestigt daarom het besluit van het UWV en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen en arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 25 tot 35%.