ECLI:NL:CRVB:2007:BK7602
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep kort geding
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Schorsing ontslag belastingambtenaar wegens onjuiste belastingaangiften en plichtsverzuim
Betrokkene, werkzaam bij de Belastingdienst sinds 1972, gaf jarenlang ten onrechte reiskosten op als aftrekpost in zijn inkomstenbelastingaangiften over de jaren 1999 tot en met 2002. Na vaststelling van onjuistheden en het opleggen van een vergrijpboete, werd betrokkene ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het ontslagbesluit.
Verzoeker, de Staatssecretaris van Financiën, stelde hoger beroep in en verzocht om opschorting van de uitspraak van de rechtbank om te voorkomen dat betrokkene weer aan het werk moest worden gesteld tijdens de procedure. De voorzieningenrechter oordeelde dat betrokkene na het gesprek van april 2004 tekort was geschoten in het nemen van de regie over correcties en dat zijn gedrag niet strookte met de integriteit die van een belastingambtenaar verwacht mag worden.
Gezien de ernst van het plichtsverzuim en het belang van de integriteit van de Belastingdienst, werd de opschorting van de uitspraak van de rechtbank toegewezen. De griffierechten werden terugbetaald aan de Staat. Betrokkene verkeert niet in financiële nood die herplaatsing zou rechtvaardigen, waardoor het niet redelijk is hem weer toe te laten tot het werk zolang het hoger beroep loopt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep schorst de werking van het ontslagbesluit van de belastingambtenaar tijdens het hoger beroep.