ECLI:NL:CRVB:2007:BC0919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K.J. Kraan
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over vergoeding wettelijke rente bij functiewaardering en bevordering ambtenaar
Appellant was werkzaam bij de gemeente Roermond en werd per 1 augustus 2000 bevorderd naar een hogere functie met schaalniveau 8. Begin 2002 startte het college een functiebeschrijvings- en waarderingstraject dat leidde tot een besluit in 2004, met een nabetaling aan appellant. Appellant vorderde vergoeding van wettelijke rente vanaf 1 augustus 2000 wegens vertraging in de besluitvorming.
De rechtbank oordeelde dat het college aansprakelijk was voor vertraging vanaf 1 januari 2003 en bepaalde dat wettelijke rente vanaf die datum vergoed moest worden. In hoger beroep stond de vraag centraal of ook de periode van 1 augustus 2000 tot 1 januari 2003 onrechtmatige vertraging opleverde.
De Raad stelde vast dat appellant pas begin 2002 formeel een functiewaarderingsproces in gang zette en dat eerdere verzoeken informeel waren. Het college kon niet worden verweten dat het functiewaarderingsproces pas in 2002 begon. Ook na 2002 was de vertraging deels te wijten aan een bezwaarprocedure en verlof van appellant. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees vergoeding van wettelijke rente vanaf 1 januari 2003 toe.
De Raad wees tevens een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 december 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat wettelijke rente slechts vanaf 1 januari 2003 vergoed wordt wegens het ontbreken van onrechtmatige vertraging door het college vóór die datum.