ECLI:NL:CRVB:2007:BC0446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en weigering WAO- en ZW-uitkering wegens geschiktheid voor geselecteerde functies
Appellant, voormalig schoonmaker, meldde zich ziek vanwege diabetes mellitus en psychische klachten. Na medisch en arbeidsdeskundig onderzoek concludeerden verzekeringsartsen dat appellant met beperkingen in staat was tot het verrichten van geselecteerde functies. Het UWV weigerde daarop WAO- en ZW-uitkeringen.
De rechtbanken verklaarden de beroepen ongegrond, stellende dat appellant geschikt was voor de geselecteerde functies en dat zijn medische situatie niet verslechterd was. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken na zorgvuldige beoordeling van medische rapporten, waaronder die van internisten, huisarts en psycholoog.
De Raad oordeelt dat de beperkingen van appellant voldoende zijn onderkend en dat de geschiktheid voor de functies met een inkomensverlies van minder dan 15% juist is vastgesteld. Ook de door appellant overgelegde gegevens over latere ziekmeldingen leiden niet tot twijfel aan de eerdere conclusies. De Raad ziet geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van WAO- en ZW-uitkeringen bevestigd.