ECLI:NL:CRVB:2007:BC0303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening opzegtermijn WW-besluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Werknemer heeft bij het UWV een aanvraag ingediend voor overname van betalingsverplichtingen van zijn werkgever op grond van de Werkloosheidswet (WW). Het UWV stelde de opzegtermijn op zes weken, waartegen geen bezwaar werd gemaakt.
Na een uitspraak van de Raad van 27 april 2005 waarin een langere opzegtermijn werd vastgesteld, verzocht werknemer het UWV om herziening van de opzegtermijn. Het UWV wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van werknemer ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat een eerdere rechterlijke uitspraak geen nieuw feit of omstandigheid vormt in de zin van artikel 4:6 Awb Pro en dat het risico van een onjuiste uitleg van een besluit bij de betrokkene blijft.
De Raad ziet geen reden om het besluit van het UWV onredelijk te achten en wijst het beroep af. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van werknemer wordt afgewezen en de afwijzing van het verzoek tot herziening van de opzegtermijn wordt bevestigd.