ECLI:NL:CRVB:2007:BC0294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening opzegtermijn op grond van WW en Awb
Werknemer heeft bij het UWV een aanvraag ingediend om betalingsverplichtingen van zijn werkgever over te nemen, waarbij de opzegtermijn op zes weken werd vastgesteld. Tegen dit besluit is geen bezwaar gemaakt. Later stelde werknemer dat een rechterlijke uitspraak uit 2005 een langere opzegtermijn rechtvaardigt en verzocht om herziening.
Het UWV wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en verwierp ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel, redelijkheid en billijkheid.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en overwoog dat een latere rechterlijke uitspraak die een eerdere onjuiste uitleg van de wet vaststelt, niet als nieuw feit of omstandigheid geldt. Het risico daarvan ligt bij de betrokkene die het besluit heeft berust. Het UWV handelde binnen zijn bevoegdheid en de aanspraak betrof geen duuraanspraak.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees proceskosten toe. De uitspraak werd gedaan door M.A. Hoogeveen op 28 november 2007.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de opzegtermijn wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.