ECLI:NL:CRVB:2007:BC0177
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering ziekengeld wegens onvoldoende toetsing arbeidsbelasting eigen werk
Appellante, werkzaam als ziekenverzorgster, viel uit wegens nek-, schouder- en elleboogklachten. Het UWV verklaarde haar per 7 maart 2005 geschikt voor haar eigen werk en stopte het ziekengeld. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarbij zij oordeelde dat medische oordelen van paramedici zoals een chiropractor niet doorslaggevend zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door verzekeringsartsen en een bezwaarverzekeringsarts. Echter ontbrak een adequate toetsing van de beperkingen van appellante aan de zwaarte van haar eigen werk, omdat het UWV geen duidelijke werkomschrijving had gebruikt.
Na heropening van het onderzoek leverde het UWV een gedetailleerde werkomschrijving en een aanvullend rapport van de bezwaarverzekeringsarts. De Raad vond dit rapport toereikend gemotiveerd en voldoende onderbouwd. Omdat appellante geen onderbouwd commentaar gaf op de werkomschrijving, vernietigde de Raad het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende toetsing, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.