ECLI:NL:CRVB:2007:BC0166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging UWV-besluit herziening WAO-uitkering wegens gebrekkige motivering
Appellante had een WAO-uitkering toegekend gekregen op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55 tot 65%. Het UWV herzag dit percentage naar 15 tot 25% en verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond. De rechtbank vond het UWV-onderzoek zorgvuldig en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) passend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat hoewel het medisch onderzoek zorgvuldig was, de motivering van het UWV-besluit onvoldoende was, met name met betrekking tot de beoordeling van de belastbaarheid en de geduide functies. Dit leidt tot vernietiging van het besluit wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Desondanks kunnen de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven op grond van artikel 8:72, derde lid, Awb. De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het UWV-besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.