ECLI:NL:CRVB:2007:BB9750
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WW-uitkering wegens schending hoorplicht
Appellante stelde bezwaar in tegen het besluit van het UWV waarbij haar WW-uitkering gedeeltelijk werd beëindigd. In hoger beroep bracht zij naar voren dat zij niet in de gelegenheid was gesteld haar bezwaren mondeling toe te lichten, hetgeen volgens haar een schending van de hoorplicht betekende.
De Raad oordeelde dat het UWV appellante niet had uitgenodigd voor een hoorzitting en ook niet kon aantonen dat appellante afstand had gedaan van haar recht om gehoord te worden. Telefonisch contact in het kader van een project werd niet als een hoorzitting beschouwd. Hierdoor was het besluit in strijd met artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen, waarbij de hoorplicht in acht wordt genomen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en het UWV moet een nieuw besluit nemen.