ECLI:NL:CRVB:2007:BB9730
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.G.M. van Rijnberk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag zonder noodzaak
Appellant was sinds 1998 werkzaam als taxichauffeur bij Duizendtax BV. Na een verslechterde arbeidsrelatie en medische beperkingen als gevolg van diabetes mellitus, diende appellant een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in, dat uiteindelijk door de kantonrechter op verzoek van de werkgever werd toegewezen zonder vergoeding.
Appellant vroeg vervolgens een WW-uitkering aan, die door het Uwv werd geweigerd omdat hij verwijtbaar werkloos was geworden door zelf ontslag te nemen zonder noodzaak. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de werkgever ernstig verwijtbaar had gehandeld of dat hij geen andere opties had.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. Hoewel de arbeidsverhouding verslechterd was en de werkgever zich niet altijd als goed werkgever had gedragen, was er onvoldoende bewijs dat appellant op medisch advies moest stoppen of dat voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs niet van hem kon worden gevergd.
De Raad vond dat appellant in overwegende mate verwijtbaar werkloos was geworden en dat het hoger beroep niet kon slagen. De kosten van de getuigen verschenen op verzoek van appellant komen voor zijn rekening.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.