ECLI:NL:CRVB:2007:BB9695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt uitspraak inzake terugvordering WAZ-uitkering en bevestigt rechtszekerheid
Betrokkene ontving sinds 1994 een arbeidsongeschiktheidsuitkering die later onder de WAZ viel. Na onderzoek van zijn inkomsten als zelfstandig fysiotherapeut in de periode 1995-2001 stelde appellant vast dat betrokkene te veel uitkering had ontvangen en vorderde terugbetaling.
De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het terugvorderingsbesluit, onder meer vanwege schending van het verbod van reformatio in peius en onvoldoende inzicht in de samenstelling van het terugvorderingsbedrag.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat appellant het maatmaninkomen op juiste gronden heeft vastgesteld en dat de terugvordering van het onverschuldigd betaalde bedrag terecht is. De Raad wijst het beroep van betrokkene af en vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Tevens bevestigt de Raad dat betrokkene redelijkerwijs rekening had moeten houden met mogelijke herziening van zijn uitkering en dat het terugvorderingsbedrag voldoende is gespecificeerd.
De Raad wijst ook het beroep op schending van het verbod van reformatio in peius af omdat appellant in bezwaar ten gunste van betrokkene heeft beslist en het terugvorderingsbedrag niet verhoogd. De vergoeding van de kosten van rechtsbijstand is eveneens toereikend vastgesteld.
De uitspraak bevestigt de wettelijke verplichting tot terugvordering van onverschuldigde uitkeringen en benadrukt het belang van rechtszekerheid, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere positie van zelfstandigen en de noodzaak tot adequate informatieverstrekking.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van appellant ongegrond, waarmee de terugvordering van de WAZ-uitkering wordt bevestigd.