ECLI:NL:CRVB:2007:BB9419
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K.J. Kraan
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt ontslag wegens ernstig plichtsverzuim ondanks verzachtende omstandigheden
Betrokkene was sinds 1979 in dienst bij de Emco-groep en bekleedde een leidinggevende functie. Na een eerdere disciplinaire maatregel wegens ongeoorloofde afwezigheid op 21 juni 2004, waarbij een voorwaardelijke schorsing en ontslag werden opgelegd, was betrokkene opnieuw zonder verlof afwezig op 26 juli en 2 augustus 2004. Hij gaf hiervoor onjuiste verklaringen.
De werkgever verleende daarop ongevraagd ontslag wegens ernstig plichtsverzuim. De rechtbank oordeelde dat het ontslag niet evenredig was vanwege de beperkte aard van het plichtsverzuim en de psychodiagnostische rapporten die een labiele toestand en impulsief handelen van betrokkene aangaven.
De Centrale Raad van Beroep stelde in hoger beroep vast dat betrokkene herhaaldelijk was aangesproken op zijn nalatigheid en dat hij als leidinggevende een voorbeeldfunctie had. Het ontslag was passend gelet op de ernst en herhaling van het plichtsverzuim en de onwaarheid in de verklaringen. De Raad verwierp de verzachtende omstandigheden en vernietigde het eerdere vonnis en het besluit van 22 augustus 2006, waarmee het ontslag werd gehandhaafd op een andere grondslag.
Uitkomst: Het ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd en het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard.