ECLI:NL:CRVB:2007:BB9256

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-6664 WSF
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet studiefinanciering 2000Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling juiste woonadres en omzetting uitwonendenbeurs naar thuiswonendenbeurs

Betrokkene ontving een brief van de IB-Groep waarin werd gesteld dat zijn doorgegeven woonadres afweek van het adres in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). Omdat betrokkene het adres niet binnen vier weken had aangepast, werd zijn uitwonendenbeurs omgezet in een thuiswonendenbeurs. Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de IB-Groep werd afgewezen. De rechtbank Zwolle verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, omdat betrokkene volgens de rechtbank het juiste adres via een wijzigingsformulier had doorgegeven.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat appellante niet verplicht is om een koppeling te leggen tussen de adressenbestanden van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) en de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000). Het wijzigingsformulier (Wa-formulier) dat betrokkene gebruikte, was bedoeld voor aanmeldingsgegevens en niet voor studiefinancieringswijzigingen. De Raad acht de gescheiden verwerking van adressen binnen de IB-Groep juridisch aanvaardbaar.

Daarom vernietigt de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten toegekend.

Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen de omzetting van uitwonenden- naar thuiswonendenbeurs wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

06/6664 WSF
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle van 23 oktober 2006, kenmerk 06/1060 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
[Betrokkene],
en
appellante
Datum uitspraak: 26 november 2007
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 september 2007. Voor appellante is verschenen mr. M. van der Toorn. Namens betrokkene is verschenen [naam vader], de vader van betrokkene.
II. OVERWEGINGEN
Bij brief van 14 oktober 2005 heeft appellante aan betrokkene meegedeeld dat na controle is geconstateerd dat het woonadres dat betrokkene aan de IB-Groep heeft doorgegeven ([adres 1]) in de maand september 2005 afwijkt van het adres zoals dit in de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) geregistreerd staat ([adres 2]). Betrokkene is er op gewezen dat hij het onjuiste adres binnen vier weken dient te wijzigen, bij gebreke waarvan zijn beurs voor een uitwonende studerende vanaf september 2005 zal worden omgezet in een beurs voor een thuiswonende studerende. Bij besluit van 17 december 2005 (Bericht studiefinanciering 2005, nr. 6) heeft appellante betrokkenes uitwonendenbeurs vanaf september 2005 omgezet in een thuiswonendenbeurs, aangezien hij de in de brief van 14 oktober 2005 vermelde afwijking niet binnen de gestelde termijn had gecorrigeerd.
Appellante heeft bij besluit van 12 april 2006 (hierna: het bestreden besluit) het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 17 december 2005 ongegrond verklaard.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Verder heeft de rechtbank appellante opgedragen nader op het bezwaar te beslissen met inachtneming van haar uitspraak en bepaald dat de IB-Groep het griffierecht aan betrokkene vergoedt.
De rechtbank heeft als vaststaand aangenomen dat betrokkene appellante door middel van een op 26 oktober 2005 bij de IB-Groep binnengekomen formulier 'Wijziging aanmelding eerste jaar hogeschool of universiteit' (hierna: Wa-formulier) van zijn nieuwe woonadres in kennis heeft gesteld, waarbij dit woonadres (Hoogstraat 34, Zwolle) overeenstemde met de GBA-registratie. De rechtbank kon appellante niet volgen in haar stelling dat een adreswijziging als hier in geding niet met een Wa-formulier zou kunnen worden doorgegeven. In aanmerking genomen dat appellante zowel de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) als de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) uitvoert en appellante voor beide regelingen hetzelfde correspondentienummer hanteert, ligt het naar het oordeel van de rechtbank op de weg van appellante haar administratie op een dusdanige wijze in te richten dat ontvangen adreswijzigingen op adequate wijze in beide regelingen worden verwerkt. Naar het oordeel van de rechtbank moet het er dan ook voor worden gehouden dat betrokkene de adresgegevens binnen de gestelde termijn van vier weken heeft hersteld.
Het hoger beroep treft doel. De Raad heeft al eerder ( in zijn uitspraak van 15 december 2006, LJN: AZ5142) als zijn oordeel uitgesproken dat appellante niet verplicht is een koppeling te leggen tussen het adresbestand in het kader van de WHW en het adresbestand in het kader van de Wsf 2000. Op het Wa-formulier, gedateerd 24 augustus 2005, ontvangen op 26 oktober 2005, waarmee betrokkene zijn adreswijziging naar de [adres 2] heeft doorgegeven, staat expliciet vermeld dat met dit formulier alleen aanmeldingsgegevens kunnen worden gewijzigd en dat alle wijzingen betreffende studiefinanciering via ib-groep.nl moeten worden doorgegeven.
Aan het vorenstaande doet niet af dat in voorkomende gevallen ook een adreswijziging per gewone brief wordt geaccepteerd, althans indien die brief is gericht aan het postadres inzake studiefinanciering. Het Wa-formulier wordt verzonden naar een heel ander postadres. Het wordt vervolgens via een eigen traject, gescheiden van de uitvoering van de Wsf 2000, verwerkt. Er is geen juridische grond om deze gescheiden uitvoering niet aanvaardbaar te achten.
De aangevallen uitspraak komt derhalve voor vernietiging in aanmerking. Het door betrokkene tegen het bestreden besluit ingestelde beroep moet alsnog ongegrond worden verklaard.
Er zijn geen termen aanwezig voor vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.W. Ris van Huussen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 26 november 2007.
(get.) J. Janssen.
(get.) A.C.W. Ris-van Huussen
TM