ECLI:NL:CRVB:2007:BB9063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering en partijstelling appellante in bezwaarprocedure
Werknemer was als scheepslasser in dienst van appellante en staakte op 10 juni 2002 het werk wegens ziekte. Het UWV weigerde op 6 oktober 2003 een WAO-uitkering toe te kennen. Zowel werknemer als appellante maakten bezwaar. Het bezwaar van appellante werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn. De rechtbank verklaarde het beroep van werknemer ongegrond en stelde vast dat appellante ten onrechte als partij was toegelaten omdat zij zelfstandig bezwaar en beroep had ingesteld.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel als belanghebbende moest worden aangemerkt en dat werknemer volledig arbeidsongeschikt was. De Raad oordeelde dat artikel 8:26, eerste lid, van de Awb niet bedoeld is om belanghebbenden die niet-ontvankelijk zijn verklaard alsnog als partij toe te laten. Daarom was de rechtbank juist appellante niet als belanghebbende te beschouwen.
De Raad zag daarom geen aanleiding om inhoudelijk in te gaan op de arbeidsongeschiktheid van werknemer en wees het hoger beroep af. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en de weigering van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd.