ECLI:NL:CRVB:2007:BB8667

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-3812 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.A.A.G. Vermeulen
  • J.Th. Wolleswinkel
  • T. van Peijpe
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:8 Arbeidsvoorwaardenregeling UtrechtArt. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ontslag ambtenaar wegens functieongeschiktheid zonder toekenning schadevergoeding

Appellante was senior bijstandsconsulent bij de gemeente Utrecht en meldde zich ziek wegens chronische pijnklachten. Het college verleende haar ontslag op grond van functieongeschiktheid wegens ziekte per 1 februari 2005. Appellante richtte zich niet tegen het ontslag zelf, maar vorderde een schadevergoeding wegens vermeende schending van de zorgplicht door het college, met betrekking tot haar werkgerelateerde RSI-klachten.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad overwoog dat appellante in feite een zelfstandig schadebesluit wilde verkrijgen, maar dat het college hierover geen beslissing had genomen. Er was geen sprake van een besluit waartegen beroep kon worden ingesteld.

De Raad oordeelde dat het hoger beroep niet slaagde en dat het college niet verplicht was een schadevergoeding toe te kennen. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 15 november 2007 door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het ontslag wegens ziekte wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

06/3812 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 22 mei 2006, 05/1509 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (hierna: college)
Datum uitspraak: 15 november 2007
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 oktober 2007. Appellante is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. P.C.M. van Schijndel, advocaat te
’s-Gravenhage. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.H. Sordam en C. Rijnberg, beiden werkzaam bij de gemeente Utrecht.
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellante was werkzaam als senior bijstandsconsulent bij de dienst Maatschappelijke Ondersteuning van de gemeente Utrecht.
1.2. Op 17 april 2001 heeft appellante zich ziek gemeld in verband met chronische pijn in haar schouders, armen, polsen en handen.
1.3. Bij besluit van 20 december 2004 heeft het college, na vanwege het Uitvoerings-instituut werknemerverzekeringen een zogeheten functieongeschiktheidsadvies te hebben verkregen, appellante met toepassing van artikel 8:8 van Pro de Arbeidsvoorwaardenregeling Utrecht ingaande 1 februari 2005 ontslag verleend op grond van ongeschiktheid voor haar functie wegens ziekte.
Bij het bestreden besluit van 3 mei 2005 heeft het college dit ontslagbesluit na daartegen door appellante gemaakt bezwaar gehandhaafd.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellante heeft zich in hoger beroep, evenals in beroep, niet gekeerd tegen het haar verleende ontslag als zodanig.
Zij is wel van mening dat het college haar een schadevergoeding had moeten toekennen omdat zij naar zij heeft gesteld ernstige klachten heeft van Repetitive Strain Injury (RSI) en er een causaal verband bestaat tussen deze klachten en de haar door het college opgedragen werkzaamheden. Ten gevolge van deze klachten, waardoor zij niet meer kan werken, heeft zij zowel materiële als immateriële schade geleden.
4.1. De Raad overweegt dienaangaande dat op grond van de gedingstukken en het ter zitting verhandelde vaststaat dat appellante in feite heeft beoogd om, los van het ontslag als zodanig, een zogeheten zelfstandig schadebesluit van het college te verkrijgen waarbij dit college haar een vergoeding van schade zou toekennen als onder 3. aangegeven. Naar haar mening heeft het college niet voldaan aan de zorgplicht ten aanzien van de werk-omstandigheden van appellante, die op hem als werkgever rustte.
Het college heeft noch bij het bestreden besluit noch bij een andere gelegenheid een beslissing ter zake genomen. Ter zitting is namens appellante te kennen gegeven dat het voornemen bestaat alsnog een uitdrukkelijk en duidelijk verzoek tot het nemen van een dergelijke beslissing bij het college in te dienen.
4.2. Het vorenstaande brengt mee dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en T. van Peijpe als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.J.W. Loots als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 november 2007.
(get.) H.A.A.G. Vermeulen.
(get.) P.J.W. Loots.
HD
30.1