ECLI:NL:CRVB:2007:BB8490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als werkleider, viel in januari 2001 uit wegens klachten na een auto-ongeluk. Na een initiële WAO-uitkering op basis van 15-25% arbeidsongeschiktheid werd deze na bezwaar verhoogd tot 80-100%. Een heronderzoek in september 2003 stelde de arbeidsongeschiktheid echter vast op minder dan 15%, waarna de uitkering per 25 november 2003 werd ingetrokken.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn geestelijke gezondheid verslechterd was en dat het UWV zijn beperkingen onderschatte. De Raad concludeerde dat appellant geen nieuwe medische gegevens had overgelegd die een hogere arbeidsongeschiktheid op de peildatum zouden rechtvaardigen. De arbeidsdeskundige had adequaat toegelicht waarom de geselecteerde functies passend waren, ondanks lichte overschrijdingen van functiebelastingen.
De Raad oordeelde dat appellant op 25 november 2003 in staat was om bepaalde binnendienstfuncties uit te oefenen en dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht op minder dan 15% had vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 25 november 2003 wordt bevestigd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.