ECLI:NL:CRVB:2007:BB8236
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toekenning Wajong-uitkering wegens overschrijding wachttijd
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering op basis van reeds vanaf haar jeugd bestaande klachten. De verzekeringsarts stelde het begin van de arbeidsongeschiktheid vast op haar 12e levensjaar en het arbeidskundig onderzoek concludeerde dat zij vanaf haar 18e minder dan 25% arbeidsongeschikt was. Het Uwv wees de aanvraag af omdat de arbeidsongeschiktheid na de wettelijke wachttijd van vijf jaar na het bereiken van de 18-jarige leeftijd was ingetreden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de datum van einde wachttijd 4 mei 1995 was, ondanks een verschrijving in het besluit van 18 juni 2002 waarin abusievelijk 4 mei 2002 stond. Appellante stelde dat de termijn pas vanaf het besluit van 18 juni 2002 zou moeten lopen, maar dit verweer werd verworpen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het Uwv terecht de Wajong-uitkering heeft geweigerd omdat de arbeidsongeschiktheid buiten de wettelijke termijn is ingetreden. Er was sprake van een kennelijke verschrijving in het besluit, maar dit rechtvaardigde geen ander oordeel. De Raad zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 november 2007, waarbij de aangevallen uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens overschrijding van de wettelijke wachttijd.