ECLI:NL:CRVB:2007:BB7490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens niet gemelde werkzaamheden in erotheek
Appellant ontvangt sinds 1980 een WAO-uitkering en werd onderzocht wegens mogelijke fraude omdat hij werkzaamheden in een erotheek niet had gemeld. Het UWV had daarom diverse besluiten genomen om de uitkering te schorsen, te herzien en onverschuldigd betaalde bedragen terug te vorderen.
De rechtbank had een deel van deze besluiten vernietigd, met name voor de periode 1 november 1998 tot 1 maart 2002, omdat het niet aannemelijk was dat appellant toen werkzaamheden verrichtte. Het UWV nam daarop nieuwe besluiten voor de overige perioden. Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet of minder werkzaamheden verrichtte dan het UWV aannam en betwistte de hoogte van de terugvordering.
De Raad concludeert echter dat appellant wel degelijk werkzaamheden van economische betekenis verrichtte in de erotheek, zoals blijkt uit verklaringen van betrokkenen en een urenregistratie van een buurvrouw. Het niet melden van deze werkzaamheden en het ontbreken van een administratie rechtvaardigen een schattende vaststelling van de omvang van de werkzaamheden door het UWV. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de besluiten van het UWV bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de besluiten van het UWV tot herziening en terugvordering van de WAO-uitkering worden bevestigd.