ECLI:NL:CRVB:2007:BB7433
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht bij autotransacties
Appellant ontving sinds 1999 bijstand en deze werd door het College ingetrokken met ingang van 1 oktober 2004 wegens het niet melden van transacties in auto's. Het College stelde dat appellant hierdoor niet meer voldeed aan de voorwaarden voor bijstand. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde dit oordeel voor de periode februari 2005 en vanaf april 2005.
De Raad stelde vast dat appellant in de maanden november 2004, december 2004, januari 2005 en maart 2005 wel degelijk autotransacties had verricht zonder dit te melden, waardoor de inlichtingenplicht was geschonden. Voor februari 2005 en vanaf april 2005 was dat echter niet het geval. Het College had daarom terecht de bijstand ingetrokken voor de eerste genoemde maanden, maar niet voor de laatste.
Het beleid van het College om bij schending van de inlichtingenplicht de bijstand in te trekken, tenzij er dringende redenen zijn, werd door de Raad als redelijk beoordeeld. Appellant kon geen dringende redenen aanvoeren om van dit beleid af te wijken. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen omdat alleen het intrekkingsbesluit ter beoordeling stond.
De Raad veroordeelde het College tot betaling van de proceskosten en vergoedde het betaalde griffierecht aan appellant. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze de intrekking over februari en vanaf april 2005 in stand hield, en het College werd verplicht het besluit van 5 april 2005 in die zin te herroepen.
Uitkomst: De intrekking van bijstand over februari 2005 en vanaf april 2005 wordt vernietigd, de intrekking over november 2004 tot en met januari 2005 en maart 2005 blijft in stand.