ECLI:NL:CRVB:2007:BB7431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek nabestaandenuitkeringen na strafrechtelijke vrijspraak
Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen besluiten van de Sociale verzekeringsbank (Svb) die hun nabestaandenuitkeringen beëindigden wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder hulpbehoevendheid. Na afwijzing van bezwaar verzochten zij om ambtshalve herziening, onderbouwd met een vrijspraak in een strafrechtelijke procedure over het voeren van een gezamenlijke huishouding.
De Svb wees het herzieningsverzoek af omdat de strafrechtelijke uitspraak een andere rechtsvraag betrof en geen nieuwe feiten of omstandigheden opleverde die herziening rechtvaardigen. De rechtbank bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat de besluiten van 24 juni 2004 onaantastbaar zijn, omdat daartegen geen rechtsmiddelen zijn aangewend. De strafrechtelijke vrijspraak leidt niet tot een ander bestuursrechtelijk oordeel, omdat de Svb niet gebonden is aan strafrechtelijke uitspraken en de feiten reeds bekend waren bij het nemen van de besluiten.
De Raad concludeert dat de Svb bevoegd en redelijk heeft gehandeld door het herzieningsverzoek af te wijzen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het herzieningsverzoek bevestigd.