ECLI:NL:CRVB:2007:BB6991
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, een offsetdrukker geboren in 1962, ontving aanvankelijk een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerde het UWV dat appellant geschikt was voor andere functies, wat leidde tot een verlaging van de arbeidsongeschiktheid naar 25 tot 35%.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, stellende dat zijn klachten ernstiger waren dan aangenomen, met name de problemen met het ophouden van ontlasting. De rechtbank ’s-Gravenhage oordeelde echter dat het UWV een zorgvuldig onderzoek had uitgevoerd en dat de klachten op de datum in geding niet van dien aard waren dat appellant zich regelmatig moest verschonen.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij dit oordeel en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Raad acht de door het UWV vastgestelde functionele mogelijkheden en de geschiktheid voor de aan de schatting ten grondslag gelegde functies voldoende onderbouwd. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak van 19 oktober 2007 bevestigt daarmee de herziening van de WAO-uitkering per 28 januari 2004 naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheid van 25-35% wordt bevestigd.