ECLI:NL:CRVB:2007:BB6888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Herziening kinderbijslag en terugvordering wegens ingezetenschap en identiteitsfraude
Appellant werd door de rechtbank veroordeeld wegens schending van de inlichtingenplicht en medeplegen van valsheid in geschrifte. De Sociale verzekeringsbank (Svb) herzag het recht op kinderbijslag met terugwerkende kracht vanaf het derde kwartaal 1983, omdat appellant niet als ingezetene van Nederland werd beschouwd en niet verzekerd was voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
In hoger beroep betoogde appellant dat hij wel degelijk in Nederland woonde en werkte, en overlegde diverse documenten en getuigenverklaringen ter ondersteuning. De rechtbank verwierp dit, mede op basis van verklaringen van appellants neef en een strafrechtelijk oordeel.
De Raad oordeelt dat voor de periode vóór het vierde kwartaal 1997 onvoldoende bewijs is dat appellant zijn woonplaats buiten Nederland had verplaatst, zodat de herziening en terugvordering voor die periode niet standhouden. Voor de periode vanaf het vierde kwartaal 1997 is vastgesteld dat appellant zich schuldig maakte aan identiteitsfraude en zijn woonplaats naar Tunesië verplaatste, waardoor het recht op kinderbijslag terecht werd herzien.
De Raad veroordeelt de Svb tot vergoeding van de proceskosten en bepaalt dat een nieuw besluit op bezwaar wordt genomen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Herziening en terugvordering kinderbijslag gehandhaafd vanaf vierde kwartaal 1997 wegens identiteitsfraude, maar vernietigd daarvoor.