ECLI:NL:CRVB:2007:BB6742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag aspirant agent wegens onvoldoende geschiktheid tijdens proeftijd
Appellante was als aspirant agent in tijdelijke dienst en had een proeftijd die oorspronkelijk tot 28 januari 2005 liep. Kort voor het einde van deze periode werd haar proeftijd mondeling verlengd tot 28 juli 2005 vanwege onvoldoende functioneren. Na een intakegesprek op 4 februari 2005, dat niet naar tevredenheid verliep, besloot de korpsbeheerder haar op 7 februari 2005 schriftelijk de proeftijd te verlengen, maar stelde haar op 10 februari 2005 in kennis van het voornemen tot ontslag wegens ongeschiktheid.
Bij besluit van 24 februari 2005 werd appellante eervol ontslagen per 1 maart 2005. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij de korpsbeheerder opdroeg een nieuw besluit te nemen. De korpsbeheerder betaalde vervolgens het salaris door tot het einde van de verlengde proeftijd maar handhaafde het ontslagbesluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante duidelijk op de hoogte was van de kritiek op haar functioneren en dat haar houding tijdens het intakegesprek onvoldoende was. De Raad stelt vast dat het ontslag tijdens de verlengde proeftijd rechtmatig is, ook al werd het besluit tot verlenging administratief pas na het intakegesprek verzonden. Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het eervol ontslag blijft in stand.