ECLI:NL:CRVB:2007:BB6641
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde zich in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om haar aanvraag voor een WAO-uitkering af te wijzen. De rechtbank Haarlem had eerder geoordeeld dat het medisch onderzoek waarop het besluit was gebaseerd zorgvuldig was uitgevoerd en dat de arbeidsdeskundige beoordeling passend was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de rechtbank ten onrechte voorbij was gegaan aan de bevindingen van haar behandelend neuroloog, die sprak van een volledige fixatie van de wervelkolom, wat zou duiden op een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. De Raad overwoog dat het verschil in bevindingen verklaard kon worden door intermitterende klachten en dat de verklaring van de bezwaarverzekeringsarts over mogelijke communicatieproblemen niet onwaarschijnlijk was.
De Raad achtte de medische rapportages van de verzekeringsartsen betrouwbaar en vond geen aanwijzingen dat de beperkingen van appellante waren onderschat. Ook de latere toekenning van een WAO-uitkering per 29 juni 2006 werd niet relevant geacht voor de beoordeling van de situatie op het moment van het bestreden besluit.
Gelet op deze overwegingen werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot afwijzing van de WAO-uitkering wordt bevestigd.