ECLI:NL:CRVB:2007:BB6606
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-verlenging tijdelijke proeftijdelijke aanstelling ambtenaar
Appellant was vanaf januari 2002 tijdelijk aangesteld als ambtenaar bij een basisschool en vervolgens met ingang van augustus 2002 in tijdelijke dienst met een proeftijd van maximaal een jaar. Bij besluit van mei 2003 werd hem meegedeeld dat zijn tijdelijke aanstelling niet werd verlengd. Na bezwaar werd dit besluit gehandhaafd door het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel Zeeburg.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de aanstelling feitelijk voor onbepaalde tijd was bedoeld, verwijzend naar een werkgeversverklaring en dat hij onvoldoende begeleiding had gekregen om zijn functioneren te verbeteren.
De Raad oordeelde dat het aanstellingsbesluit duidelijk een tijdelijke proeftijdelijke aanstelling van maximaal een jaar betreft, conform het destijds geldende Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel. De werkgeversverklaring werd als kennelijke misslag beoordeeld en kon appellant niet baten. Ook uit uitlatingen van de adjunct-directeur kon geen toezegging tot voortzetting worden afgeleid.
De Raad bevestigde dat het niet verlengen van de aanstelling tijdens de proeftijd gerechtvaardigd is indien het functioneren niet voldoet aan redelijke eisen. Uit verslagen van functionerings- en beoordelingsgesprekken bleek dat appellant ernstige tekortkomingen vertoonde, vooral op het gebied van taalgebruik, lesgeven en houding binnen het team. De Raad hechtte meer waarde aan de bevindingen van de adjunct-directeur dan aan verklaringen van enkele collega’s ten gunste van appellant.
Gelet op deze omstandigheden werd het bestreden besluit als redelijk en rechtmatig beoordeeld en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot niet-verlenging van de tijdelijke proeftijdelijke aanstelling wegens onvoldoende functioneren.