ECLI:NL:CRVB:2007:BB6605
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging functiewaarderingsbesluiten wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid
Appellanten, afdelingschefs Tuinbouw bij de EMCO-groep, voerden bezwaar tegen de vastgestelde functiewaardering die hen indeelde in schaal 8 met 13 punten voor secundaire factoren. Na bezwaar kende het bestuur een extra punt toe voor leidinggeven, maar dit leidde niet tot een hogere schaalindeling. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de functiebeschrijvingen vaststaan en dat de geschilpunten zich beperken tot de toekenning van punten voor het gezichtspunt functionele vorming. Het bestuur weigerde drie punten toe te kennen, terwijl volgens het functiewaarderingssysteem (OFS 2000) drie punten gerechtvaardigd zouden zijn gezien de benodigde aanvullende opleiding en ervaring.
De Raad stelde dat de rechterlijke toetsing terughoudend is, maar dat het waarderingsbesluit voldoende zorgvuldig moet zijn voorbereid en deugdelijke motivering moet bevatten. Het bestuur had afgeweken van het advies van de Bezwaren- en Geschillencommissie zonder concrete motivering die aansluit bij de criteria voor functionele vorming. Het bestuur richtte zich onterecht op handelingsvrijheid en keuzemogelijkheden, die niet ter discussie stonden.
Daarom oordeelde de Raad dat de besluiten in strijd zijn met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en vernietigde de besluiten en de aangevallen uitspraken van de rechtbank. Het bestuur werd opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het bestuur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellanten.
Uitkomst: De bestreden functiewaarderingsbesluiten worden vernietigd en het bestuur wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de uitspraak.