ECLI:NL:CRVB:2007:BB6238
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing beperkingen
Appellant werkte sinds 31 juli 2002 in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) maar viel op 18 september 2003 uit wegens psychische en somatische klachten. Het UWV weigerde een WAO-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn en geschikt voor eigen werk. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden vast dat appellant niet geschikt was voor arbeid in het vrije bedrijfsleven, maar wel voor het eigen WSW-werk.
In bezwaar en beroep stelde appellant dat zijn klachten na aanvang van het dienstverband waren toegenomen en dat hij vanaf de uitvaldatum niet meer kon werken. De Raad concludeerde op basis van medische rapporten, waaronder van de GGZ, dat er gerede twijfel bestaat over de juistheid van de beoordeling dat appellant op 21 oktober 2004 geschikt was voor eigen werk. De medische en arbeidskundige onderbouwing van het besluit is daarom gebrekkig.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens worden de proceskosten aan appellant toegewezen en het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.