ECLI:NL:CRVB:2007:BB6181
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- G. van der Wiel
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij arbeidsverplichtingen WWB
Appellante, die een bijstandsuitkering ontving op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), was aanvankelijk ontheven van arbeidsverplichtingen vanwege zorgtaken voor haar kinderen. Het College van burgemeester en wethouders van Eindhoven stelde deze arbeidsverplichtingen vanaf 15 oktober 2004 weer gedeeltelijk van toepassing, wat bij besluit van 31 mei 2005 werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
Appellante stelde zich in hoger beroep tegen deze uitspraak, maar de Centrale Raad van Beroep stelde ambtshalve de vraag of er nog procesbelang was. Uit een besluit van het College van 2 juli 2007 bleek dat appellante inmiddels tot 2 juli 2012 een algehele ontheffing van de arbeidsverplichtingen had gekregen. Tevens was zij niet gesanctioneerd voor het niet nakomen van de arbeidsverplichtingen in de periode 2004-2007.
Gezien deze feiten oordeelde de Raad dat er geen procesbelang meer bestond bij beoordeling van het hoger beroep. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.