ECLI:NL:CRVB:2007:BB6102
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening nabestaandenuitkering met terugwerkende kracht door Sociale Verzekeringsbank
Appellante ontving een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag de uitkering met terugwerkende kracht vanwege gewijzigde inkomsten uit arbeid en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Appellante had een wijziging in haar inkomen niet tijdig gemeld en leverde pas later specificaties aan, waardoor de Svb de uitkering herrekende en een terugvordering instelde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de Svb terecht was uitgegaan van de gecorrigeerde inkomensgegevens van de werkgever en dat er geen sprake was van onjuiste verwerking of dubbele berekening van inkomsten.
De Raad benadrukte dat herziening van uitkeringen volgens artikel 34 ANW Pro verplicht is indien de uitkering ten onrechte of te hoog is toegekend. Het vertrouwen dat appellante stelde te hebben in de oorspronkelijke uitkering was volgens de Raad niet gerechtvaardigd, omdat zij bekend was met de afhankelijkheid van haar inkomen en de Svb haar had verzocht om loonstroken aan te leveren.
Verder was er geen aanwijzing dat de terugwerkende kracht van de herziening kennelijk onredelijk was. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit, zonder toekenning van proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de ANW-uitkering met volledige terugwerkende kracht en wijst het hoger beroep af.