ECLI:NL:CRVB:2007:BB6095
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Onontvankelijkheid beroep wegens overschrijding bezwaartermijn bij Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad waarin zijn aanvraag voor uitbreiding van een vergoeding voor huishoudelijke hulp werd afgewezen. Het bezwaar werd ingediend na de wettelijke termijn van dertien weken, die geldt voor in het buitenland gevestigde belanghebbenden.
De Raad heeft vastgesteld dat het bezwaarschrift pas op 11 september 2006 is gepost, terwijl de termijn op 8 september 2006 afliep. Appellant voerde onder meer trage postbezorging en emotionele belasting aan als redenen voor het late bezwaar, maar deze werden niet als voldoende gegrond beschouwd.
De Raad oordeelde dat de termijn aanvangt op de verzenddatum van het besluit en niet op de ontvangstdatum. Er was geen reden om het bezwaar alsnog ontvankelijk te verklaren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn en het bezwaar is niet-ontvankelijk.