ECLI:NL:CRVB:2007:BB5659
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedeeltelijke WAO-uitkering ondanks betwisting belastbaarheid en geschiktheid functies
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin hem een gedeeltelijke WAO-uitkering werd toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege onvoldoende motivering van de geschiktheid van de functies, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen, zowel psychisch als lichamelijk, onderschat waren en dat hij niet in staat was te werken.
De Raad verwijst naar het medisch onderzoek van februari 2003 waarin de psychische en lichamelijke beperkingen van appellant zijn vastgesteld, waaronder een depressief klachtenbeeld door een verstoorde arbeidsrelatie, polsklachten en gehoorverlies. De Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) bevatte beperkingen voor psychomentale vereisten, handbelasting en lawaaihantering. Deze beperkingen werden onderschreven door de bezwaarverzekeringsarts en niet weersproken door nadere medische gegevens.
Het UWV heeft met een rapport van een bezwaararbeidsdeskundige voldoende inzicht gegeven dat appellant ondanks deze beperkingen in staat is tot het verrichten van gangbare arbeid binnen de voorgehouden functies. De Raad ziet geen aanleiding om het standpunt van appellant te volgen en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er zijn geen gronden om artikel 8:75 Awb Pro toe te passen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de rechtbankuitspraak bevestigd dat appellant ondanks beperkingen in staat is tot het verrichten van de voorgehouden functies.