ECLI:NL:CRVB:2007:BB5481
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, sinds 1990 werkzaam in Nederland, viel uit haar werk wegens rug- en psychische klachten. Zij ontving een WAO-uitkering vanaf 2001, berekend op 80-100% arbeidsongeschiktheid. In 2004 werd deze uitkering ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid was verminderd tot minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond, waarbij zij de medische beoordelingen van verzekeringsartsen volgde en de bezwaren van appellante verwierp.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren over haar medische beperkingen, waaronder een vermeende allergie, psychische klachten en onvoldoende taalvaardigheid. De Raad onderschreef echter de eerdere oordelen dat deze klachten onvoldoende onderbouwd waren met medische gegevens en dat de taaleisen van de functies gering zijn. Ook erkende de Raad de moeilijke privé-omstandigheden van appellante, maar vond geen objectieve medische aanwijzingen voor ernstiger beperkingen op de datum van beoordeling.
De Raad concludeerde dat een eventuele verslechtering na de beoordelingsdatum niet relevant is voor deze zaak. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.